Zelfonderzoek

6 november 2021

Aan het einde van de ontmoeting bij mij thuis waarin ik aangaf dat ik opnieuw een relatie met hem wilde en hij duidelijk maakte dat hij op een ander punt in zijn proces zat, hielden we elkaar nog even stevig vast. ‘Wat nu met ons contact?’ vroeg hij op voorzichtige toon. ‘Dat ga ik helemaal stilleggen,’ antwoordde ik kalm maar resoluut.

Hij kon of wilde het niet samen doen. Ik wilde achterhalen hoe ik het anders kon doen. Nu ik had herkend dat verlatingsangst zo’n impact had op mijn keuzes en handelen binnen een liefdesrelatie, nu ik was wakker geworden uit een droom waarin ik dit niet doorhad, wilde ik ontzettend graag gaan zien hoe het werkelijk zat zodat ik hierin diepgaande verandering kon bewerkstelligen. Zodat ik een liefdesrelatie zou kunnen creëren waarin ik me vrij zou voelen.

Ik wist dat dit niet zou lukken als ik nog contact met hem hield terwijl we niet samen waren, geen relatie hadden. Het was voor mij duidelijk dat ik dit proces van zelfonderzoek of in verbinding zou doorlopen, of met zo min mogelijk afleiding. Tegelijkertijd wilde ik de deur niet volledig dichtgooien. Ons boek voelde nog steeds niet als ‘uit’ en dus stuurde ik hem eind mei voor zijn 26ste verjaardag een kaart. Hierop stelde ik voor om eind juni samen een lange wandeling te maken.

Van wandelen kwam het niet.

Ik zag hem een week eerder dan de voorgestelde datum. Ik geloof niet in toeval, wel in synchroniciteit. Dat maakte dat we op een zaterdag in de tweede helft van juni samen een bank ophaalde en naar mijn kantoor brachten. Tijdens de rit en ook toen we uiteindelijk samen met een kop thee op de bank in mijn kantoor zaten, waren we veelal stil. Het was de gemakkelijke stilte waarmee ik zo vertrouwd was in zijn bijzijn. Het gewoonweg met elkaar ‘zijn’.

Deze stilte werd afgewisseld met hele compacte taal. Dat klinkt wellicht bruut, maar zo ervoer ik dat niet. Er waren gewoonweg geen koetjes en kalfjes aanwezig zodra we spraken. Wel waren er woorden waarmee we elkaar echt vertelden waar we op dat moment stonden in het leven; wat we tot dan toe hadden ontdekt.

‘Ik ben intussen gaan inzien dat ik niet zozeer de verlatingsangst te beteugelen heb,’ vertelde ik hem, ‘maar dat ik het verlangen naar een ander leven, naar een andere relatie groter moet laten zijn dan deze angst. Dit betekent dat ik me bewust dien te worden van de angst zodra deze er is, dat ik deze dien te herkennen en dat ik vervolgens vanuit het geloof en vertrouwen in een relatie waarin ik me vrij voel keuzes te handelen heb. Dat ik verantwoordelijkheid te nemen had voor mijn eigen behoeftes en wensen en waar nodig mijn grenzen. Dat ik de verlatingsangst mijn handelen liet bepalen, kwam uiteindelijk neer op dat ik erop vertrouwde dat het niet zou lukken om zo’n relatie te creëren.’

Hij snapte wat ik zei, verstond me. We bleken ook nog steeds beiden te verlangen naar samenzijn én hij bleek zich opnieuw op een heel ander punt in zijn ontwikkeling te bevinden dan ik.

“Het verlangen naar een ander leven, naar een andere relatie dient groter te zijn dan verlatingsangst”

Reageren op dit verhaal?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *