22/11/20

Tunnelgesprek

http://annevanhees.nl/wp-content/uploads/maxresdefault.jpg

Iedere ouder herkent dit: gesprekken met je kind waarbij je kind maar blijft doorvragen en je antwoorden al lang en breed op zijn. Je bent in gesprek met je kind alsof je in een tunnel zit. Om gek van te worden. Tegenwoordig kan ik tegen Sofie en Liesje zeggen dat we een tunnelgesprek voeren. Het gesprek over de tunnel – zo’n vier jaar geleden – is Sofie niet vergeten en Liesje kent inmiddels het verhaal uit haar hoofd. Dit is wat er gebeurde:

De reis met het openbaar vervoer van ons huis in Eindhoven naar dat van tante Noor in Breda en het vooruitzicht haar katten weer te zien, maakten zoveel indruk op Sofie (bijna 5 jaar), dat ze geen reden zag om bij aankomst eerst nog naar de kermis te willen. Tante Noor, die speciaal hiervoor naar het station is gelopen, mocht direct met ons met de bus mee terug naar haar huis.

Na een uur geharrewar met de katten, waarbij de één een veilig heenkomen zocht tussen de handdoeken in de badkamer en de ander het vele aaien weliswaar prettig leek te vinden, maar toch wat verschrikt keek wanneer zij weer kinderhanden op zich zag afkomen, zagen mijn zus en ik dat de zon volop scheen en stelden we voor om naar een speeltuin te lopen. Wederom bleek er geen animo voor dat idee. Voordat we het ‘logeren’ werkelijk ten uitvoer brachten, wisten Sofie en Liesje zich drie-en-een-half uur te vermaken in een huis met één puzzel en één prentenboek, wat kattenspeeltjes en de katten zelf.  

Op de terugreis die we vanochtend maakten hadden we geen katten in het vooruitzicht, maar wel iets anders dat blijkbaar op de heenreis toch indruk had gemaakt: de tunnel bij station Best. Voordat we goed en wel zaten, vroeg Sofie: ‘Komt de tunnel dadelijk, mama?’

Ik antwoordde dat we eerst nog zouden stoppen in Tilburg. Met deze uitleg en een beker chocolademelk, wist ik het vragenvuur een kwartier uit te stellen. Zodra de trein echter aanstalten maakte om uit Tilburg weg te rijden, ging Sofie los:

Sofie: ‘Komt de tunnel al, Anne?’

Ik: ‘Nee dat duurt nog even, lieverd.’

Sofie: ‘Wanneer komt ie dan, mama?’

Ik: ‘Dat weet ik niet precies, maar voordat we om tien uur in Eindhoven arriveren, zijn we er doorheen geweest.’

Sofie: ‘Waar is die tunnel dan, Annetje?’

Ik: ‘Die is bij station Best.’

Sofie: ‘En hoelang duurt het nog voordat we daar zijn?’

Ik: ‘Nog wel even lieverd, als ik denk dat we er bijna zijn, dan zal ik het zeggen.’

Sofie: ‘Mama, zijn we er al bijna?’

Ik: ‘Lieverd, nu wil ik geen vragen meer beantwoorden over de tunnel, want ik kan je er gewoonweg niet meer over vertellen dan ik tot nu toe al heb gedaan.’

Twee minuten verstreken en toen hoorde ik zachtjes: ‘Mama, mag ik tóch nog iets vragen over de tunnel?’

Ik kon dit aandoenlijke verzoek niet weerstaan en sprokkelde al mijn geduld bij elkaar en beantwoordde toch nog enkele tunnel-vragen. En toen werd het plots donker…

‘Jaaaah, we zijn in de tunnel!’ joelde Sofie stralend. Ze keek verwonderd rond naar het effect op het licht en de sfeer in de trein. Ik haalde opgelucht adem. De ondervraging was ten einde. Zo leek het dan. Binnen 20 seconden bleek dat ik degene was die te vroeg gejuicht. Sofie richtte haar ogen namelijk weer op mij:

‘Gaan we nog lang in de tunnel?’

“Mama, mag ik tóch nog iets vragen over de tunnel?”

Reageren op dit verhaal?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *