Op de vlucht

8 februari 2021

Gistermiddag vluchtten een vriendin en ik naar de slaapkamer. Een kwartier eerder stond ze samen met haar dochter (6 jaar) voor de deur. Of we tijd hadden voor thee. Ik maakte nog net geen sprongetje en ik kan hier een euforische beschrijving geven van hoe blij ik – na de vier weken durende quarantaine die door de negatieve coronatestuitslag afgelopen vrijdagavond eindigde – was met een vriendin die spontaan aanwaaide.

Ik zette thee, we zaten aan de eettafel. Om ons heen renden mijn twee dochters (7 en 9 jaar), haar dochter en nog een jongetje (8 jaar) uit de buurt. Hoge stemmen, uitgelaten kreten, gebonk. We probeerde ze tot rust te manen en toen begon ons gokspelletje: hoeveel minuten zou het dit keer duren voordat de eerste ruzie zou ontstaan? Het eerste kind zou vallen? Of dat er één of andere vorm van gehuil zou klinken?

We deden het weleens vaker, dat gokken. En we kregen steeds gelijk; er werd telkens weer gehuild en vaak nog eerder dan wij inschatten. Als moeders voel je gewoon dat er gehuil aan zit te komen, dat het in de lucht hangt. De hoge stemmen van de kinderen, het gevit op elkaar, het net wat te drukke gespeel. Je ziet, hoort en voelt dat het niet lang meer gaat duren voordat er tranen vloeien.

De gemiddelde schatting van vandaag was drie minuten. Help, dacht ik bij mezelf, hier heb ik écht geen zin in. Ik keek even naar mijn kop dampende thee en daarna van onder mijn wenkbrauwen naar haar en deed toen een gevoelsmatig bijzonder vreemd voorstel: ‘We kunnen ook in mijn slaapkamer gaan zitten…’. Voordat ik de laatste woorden van deze zin uitsprak, stond zij al op. Beiden grepen we onze theekop, stoven naar boven, liepen door de openstaande deur van de slaapkamer, die zij direct bij binnenkomst achter zich dichttrok.

Snel schoof ik wat spullen opzij en toen barsten we los. Eerst wisselden we wat ditjes en datjes uit, waar we nu stonden op verschillende vlakken van ons leven: liefde, werk en het gezinsleven. Toen hoorden we het gestommel van de kinderen op de trap. ‘Oh nee…’ verzuchtten we tegelijk en vielen daarna stil. Al gauw hoorden we de kinderen naar één van de andere kamers gaan en de deur sluiten.

Vanaf toen deelden we de ontwikkeling die we beiden in de afgelopen maand hadden doorlopen, de inzichten die we hadden opgedaan en de persoonlijke uitdagingen waarvoor we nu stonden. Toen we na een uur opstonden, ontdekten we dat de kindergeluiden in huis waren verstomd. We keken elkaar vragend aan. ‘Waar zijn ze?’ vroeg ik haast beschaamd. Beneden gekomen bleek de huiskamer verlaten.

Bam!

Met een plof landde er een sneeuwbal op het keukenraam. Gelach buiten. Vier vrolijk en ontspannen spelende kinderen in de sneeuw.

Soms blijkt vluchten de beste optie. Of in ieder geval weggaan. Het hoeft niet zo gehaast zoals wij gistermiddag deden. Ik verliet de huiskamer in eerste instantie voor mezelf en in tweede instantie om echt contact te kunnen maken met mijn vriendin. Maar met het horen van het gemoedelijke gespeel van de kinderen, besefte ik dat we we hen met onze vlucht de kans hadden gegeven om verantwoordelijkheid te nemen. Verantwoordelijkheid voor de sfeer, voor elkaar en voor zichzelf.

“Soms ontneem je kinderen verantwoordelijkheid door aanwezig te blijven”

Reageren op dit verhaal?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *