16/10/20

Goeie gewoonte

http://annevanhees.nl/wp-content/uploads/IMG_7718-rotated.jpg

Tijdens onze vakantie in Zuid-Frankrijk deze zomer, ontstond het idee om ook thuis ’s middags ‘echt’ te eten. Daarmee bedoel ik een werkelijke maaltijd. Iets dat, zeg maar, bereid is. Met groenten en zo. Je weet wel, dat wat dus in Mediterrane landen heel gewoon is.

Om precies te zijn ontstond dit idee op een camping in de Franse Alpen. Zittend op een kleedje voor het ieniemienie tentje waarin we overnachtten, bereidden we een lunch op twee pitjes. Nadat we de eerste twee happen ervan aten, stond onze Franse buurvrouw met twee gekoelde biertjes, een opener en een vragend gezicht bij ons. We knikten gretig ‘ja’, want een koud drankje hadden we überhaupt in geen dagen gehad. Toen het koude bier zich vermengde met het eten, concludeerden we dit toch wel het goede leven was en dat we dit vaker moesten doen.

Thuisgekomen lukte het zo nu en dan om ’s middags werkelijk te eten. Zo nu en dan zelfs met een glaasje wijn erbij. Zo ongeveer de helft van de dagen bestond mijn middageten uit iets anders dan een belegde boterham. Het werd me in de eerste weken na thuiskomst van de vakantie, duidelijk dat als ik deze gewoonte helemaal wilde doorvoeren, ik een flinke tijdsinvestering moest gaan doen. Dat dagelijks een extra maaltijd bereiden heel wat meer aandacht vraagt, dan dat het smeren van twee boterhammen.

Met deze halve verandering, drong zich echter al wel een besef bij me op. Het besef dat mijn dagelijkse energie-inname voor een groot deel bestond uit koolhydraten en dat ik mijn leven lang al veel brood at. Ook realiseerde ik me dat ik dit niet alleen als doodnormaal beschouwde, maar zelfs als gezond (want ik at toch nagenoeg altijd volkoren brood?). Op één van de dagen dat dit besef tot me doordrong, liep ik in de bieb. Ik hoefde echt alleen maar een motortheorieboek voor mijn lief te halen en het was echt niet nodig dat ik wéér in de rij belandde waar de psychologie, filosofie en voedingsboeken zich bevinden, maar dat gebeurde toch en aldaar sprong het boek ‘broodbuik’ me in het oog.

Ik gooide het gauw – samen met nog twee andere boeken en voordat ik nog meer kon mee grissen – in mijn mandje en liep met vlotte tred naar de plek waar ik me de lener kon worden van de boeken die ik tijdens mijn bliksembezoek had weten te verzamelen. Nog diezelfde dag las ik de in mijn ogen belangrijkste delen en viel mijn besluit: geen graan meer voor mij. Alle door de auteur – tevens cardioloog – genoemde gezondheidsvoordelen (waaronder het vooruitzicht dat ik nu eindelijk eens van mijn (brood)buikje af zou komen), overtuigden me ervan dat het een goede poging waard was om een graanvrij bestaan op te bouwen.  

Inmiddels leef ik al bijna een maand zonder graan. Mijn lief doet hier gewillig aan mee, want die wilde en wil veel minder koolhydraten en veel meer eiwitten in zijn voeding. Hij maakte in de afgelopen maand de hamburgers die we heel graag eten met ‘broodjes’ van kropsla, ik maakte pizzadeeg van amandelmeel, ei, roomkaas en mozzarella. Bovenal ontdekten we nieuwe gerechten en aten we gewoonweg lekker heel veel groenten. Zo bestond onze maaltijd van gisteravond uit gevulde courgettes, peulen, gegrilde groenten, salade met voor hem kip en voor mij een kaasburger.  

En zo zou ik dit verhaaltje ook kunnen afronden, met een ‘eind goed al goed’ uitleiding. Even concluderen dat een graanvrij eetpatroon alleen maar voordelen heeft – want die zijn er naast de afname van de omvang van je buik werkelijk heel wat. Zo heb ik haast geen honger meer en is het ‘graven’ naar voedsel echt verleden tijd en mijn huid er veel glanzender en gezonder uit – en dat vinden van nieuwe gerechten of het aanpassen van bestaande iets is dat we maar wat graag doen en waar we maar al te graag tijd voor maken.

Maar dat is niet de realiteit. Wat waar is, is dat ik me na een maand niet meer afvraag of ik het me toch niet gewoon makkelijk zal maken en een boterham zal smeren, dat ik niet meer overweeg om een croissantje te halen bij de bakker waaraan ik voorbij loop, of toch even snel een broodje zal smeren voor onderweg. Wat ook waar is, is dat haast iedere dag opnieuw voor deze gewoonte moet kiezen. Ja, ik ga ook vandaag weer nadenken wat ik vanmiddag én vanavond eet. Ja, ik zoek naar recepten om – ik noem maar wat – graanvrij lasagnebladen of nachochips te maken. Ja, ik ga haast iedere dag naar de supermarkt. En ja, ik kies er weer voor om meer dan de dubbele hoeveelheid tijd en veel meer geld dan voorheen te investeren in mijn voeding.

Maar juist dat dit een gewoonte is waarvoor ik nog steeds en voorlopig waarschijnlijk nog wel even iedere dag weer kies, maakt dat ik er bewust voor kies. En juist dat, geeft een vorm van voldoening die een onbewuste gewoonte niet biedt.

“Een gewoonte waar je nog elke dag voor moet kiezen, kies je bewust”

Reageren op dit verhaal?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *