Druk

2 november 2021

Het was zomer 2020. Na maanden waarin we voornamelijk thuis – wat neerkwam op bij hem thuis in zijn werkkamer – werkten, gingen mijn lief en ik weer steeds vaker naar kantoor. Nog steeds zaten we in hetzelfde pand, weliswaar een ander pand dan waarin we elkaar hadden leren kennen. We waren als het ware samen – en met nog een aantal andere ondernemers – verhuisd naar dit pand.

Ik had in het voorjaar besloten om de omstandigheden (veroorzaakt door de corona-maatregelen) te benutten en een soort van sabbatical in te lassen. Ik werkte nog wel, maar deed alles in mijn eigen tempo en ik deed nagenoeg alleen maar waar ik zin in had. Dat voelde goed en ik voelde me er ontspannen bij. En ook weer niet. Het wrong meer en meer dat mijn inkomsten achteruit liepen, ik weinig af kreeg en dat mijn eerdere plannen in de koelkast stonden. Mijn lief probeerde mij gerust te stellen en zei me dat ik me over geld geen zorgen hoefde te maken, dat hij er waarde aan hechtte dat hij als man financieel voor mij en mijn dochters zou kunnen zorgen en dat hij hard op weg was met zijn bedrijf om dit te kunnen doen.

Ik waardeerde dit en dat zei ik hem ook. Ik had er ook een dubbel gevoel bij, maar kon de vinger er niet op leggen en verzweeg dit daarom naar hem. Dacht ik. Nu zie ik dat ook hierbij angst regeerde. Angst om hem af te wijzen en teleur te stellen, waardoor hij mij misschien zou afwijzen.

Via mijn lief had ik al regelmatig te horen gekregen dat er vanuit zijn omgeving veelal geen interesse in mij was en dat er twijfels waren bij de haalbaarheid van onze relatie. Tot dan toe had ik afwisselend op bepaalde momenten bij hem aangedrongen om dat ik toch in contact zou komen met zijn omgeving en het er dan weer een tijd bij laten zitten. Ik had er in ieder geval onbegrip voor gehad, ik begreep niet dat het mogelijk was dat wanneer mensen om iemand geven, de partner en partnerkeuze van die persoon niet respecteerden.

Die zomer kwam een goede vriendin van hem over uit het buitenland. Ik had haar nog niet ontmoet, maar verwachtte dat daar verandering in zou komen, want ze zou ook enkele dagen op kantoor werken.

En inderdaad zag ik haar in het voorbijgaan.

Mijn lief nodigde haar uit om samen met mij en hem te lunchen. Ze weigerde. Hij vroeg het nog eens. En nog eens. Ze weigerde nog eens en nog eens.

Daarop barstte ik.

Ik was kwaad. Furieus.

Ik was boos op die zogenaamde goede vriendin en haar arrogante houding en ik was bovenal boos dat mijn lief toestond dat hij zich zo liet behandelen. Al mijn boosheid over alle afwijzing die er in de anderhalf jaar ervoor al was geweest, projecteerde ik op deze situatie. Ik zei allerlei hele onaardige dingen over haar en haalde een heel arsenaal aan tactieken tevoorschijn om mijn lief ertoe te bewegen om duidelijkere grenzen naar haar en zijn verdere omgeving aan te geven. Het effect was dat mijn lief en ik meer en meer tegenover elkaar kwamen te staan hierin. Hij zag er het nut niet van in te proberen zijn omgeving te veranderen.

Ik weet dat hij een andere beleving heeft dan ik van de laatste maanden van 2020. Voor mij was deze periode – zeker achteraf bezien – het begin van het einde.

En ook weer niet.

Nog steeds en bovenal hadden we het heel fijn samen. Ruzie hadden we niet. Ik was weleens boos, maar daar spraken we dan over. We konden gewoonweg heel goed communiceren. En hij, hij bleef altijd kalm.

Wat veel meer op de voorgrond was, was de gezelligheid en de verbinding die we steeds weer creëerden en opzochten. Zoveel als mogelijk waren we samen. En wanneer we samen waren, was het gewoonweg goed. Haast ieder moment van samenzijn ervoer ik als compleet. Ik voelde me veilig, gezien, gehoord en gewaardeerd. Ik had plezier, we lachten veel.

Ik ervoer wel ook een groeiend verlangen om meer mijn ‘eigen ding’ te doen. Ik kon dit verlangen niet rijmen met de compleetheid die ik ervoer in ons contact. Ik wist ook niet goed in welke vorm ik mijn ‘eigen ding’ wilde doen. Lezen was op de achtergrond geraakt en dus nam ik zo nu en dan een boek ter hand, zorgde dat er ook bij hem thuis tenminste één lag en nestelde me wat vaker met een boek in zijn fauteuil.

Telkens wanneer ik dit deed, had ik daar tegenstrijdige gevoelens bij. Ik vond het heerlijk om te doen, het voelde als weer thuiskomen bij mezelf en tegelijkertijd voelde ik me schuldig. Hij moedigde me aan om te onderzoeken wat ik voor mezelf wilde doen en om dit gewoonweg te gaan doen en tegelijkertijd bood alleen al zijn aanwezigheid de mogelijkheid, de uitweg om daar niet over te hoeven nadenken en dat niet te hoeven doen. Ik hoefde niet meer te doen, dan bij hem zijn om me gewoonweg goed te voelen.

Een hoorbare zucht verlaat via mijn neus mijn lichaam terwijl ik naar de zinnen staar die ik hiervoor schreef. Ik schud mijn hoofd die tegen een paar vingers van mijn linkerhand rust. Hoe kan het dat ik niet zag wat er gebeurde? De druk die er zowel vanuit buitenaf, als binnenuit was, had me kunnen doen ontwaken, had mijn ogen kunnen openen.

“De druk die er zowel vanuit buitenaf, als vanuit binnenuit was, had me kunnen doen ontwaken.”

Reageren op dit verhaal?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *