16/10/20

Afleiding versus afstand

http://annevanhees.nl/wp-content/uploads/roberto-nickson-oxBnFguXZI-unsplash.jpg

Het schooljaar is sinds een week begonnen en Rozemarijn (21, ADD) heeft al enkele lessen gemist; ze had zich verslapen of ze was de les gewoonweg vergeten. Meestal was er nog wel gelegenheid om een deel van de les bij te wonen, maar dat deed ze dan uit schaamte niet.

Als ik Rozemarijn vraag hoe zij zich erover voelt om weer aan haar studie te beginnen – ze start voor de tweede keer als eerstejaars – geeft ze aan zich gemotiveerd én overweldigd te voelen. Dit laatste kan ik plaatsen: ze is al eerder aan een andere studie begonnen, het voorgezet onderwijs ging voor haar ook niet van een leien dakje en nu start ze dus voor de tweede keer in het eerste jaar.

We zoomen in op het gevoel van overweldigd zijn en ontdekken dat het haar niet alleen aanzet tot uitstelgedrag, maar dat het haar zo goed als verlamd. Ze wordt zó in beslag genomen door haar gevoel, dat er nog maar één oplossing is:

afleiding zoeken.

Als jonge vrouw met ADD is zij hier meester in; er is altijd wel iets wat interessanter, urgenter of plezieriger is dan zich aan haar studie te wijten.

Samen maken we een lijstje van dingen die zij kan doen, niet als afleiding, maar wat haar kan helpen tot rust te komen en afstand te nemen van haar heftige gevoelens. We komen tot de volgende mogelijkheden: wandelen, serie kijken, schilderen, tekenen, lezen en rommelen.

Aan de eerste drie opties, blijkt een sterke ‘maar’ vast te zitten. Wandelen doet haar goed, maar kan niet in de nabije omgeving van haar huis. Serie kijken is fijn en ontspannend, maar wordt al snel afleiding in plaats van ontspanning en is daarmee moeilijk te onderbreken. Schilderen vraagt wat meer om eraan te beginnen en omdat het een grootse activiteit is, kan dat ook moeilijk onderbroken worden. De andere opties lijken heel geschikt: ze liggen binnen handbereik en ze kan ze ook weer makkelijk naast zich neerleggen.

En dan komt het moeilijkste onderdeel van de opdracht die ik haar geef: vertrouwen. Ik vraag haar om erin te vertrouwen dat wanneer zij zichzelf werkelijk permissie geeft om iets te doen dat haar ontspant, wat rust en afstand biedt, dat zij op een zeker moment zal denken: laat ik tóch maar even uitzoeken hoe laat de les begint, of: mwah, ik kan best mijn wekker morgenvroeg wat eerder zetten, of: laat ik nu maar even een appje sturen naar één van mijn medestudenten van mijn projectgroep, of: laat ik mijn studieboek eens openen en de eerste pagina’s.

Ik wéét dat het zo werkt. Dat wanneer je er oprecht oké mee bent dat je iets ‘voor jezelf’ doet, er ruimte ontstaat om ook je studie voor jezelf te doen. Het is zelfs zo dat hoe meer je er oké mee bent dat je iets voor jezelf doet, dat je de tijd aan jezelf geeft, des te gemakkelijker en eerder je ‘verplichtingen’ ook als iets voor jezelf gaat zien. Tenzij natuurlijk blijkt dat je je aan iets hebt gecommitteerd dat niet bij je past (in het geval van Rozemarijn dat ze niet de juiste studiekeuze heeft gemaakt, maar je kunt ook denken aan werk, een partner of een vriendschap).

Je hebt alleen ruimte nodig om weer te kunnen zien dat het iets is wat je zelf wilt en dat je door opgedane ervaringen de hordes die je te nemen hebt binnen het commitment dat je bent aangegaan, bent gaan zien als onbeklimbare bergen. Als er ruimte en afstand is, als er weer intrinsieke motivatie is, dan zie je de eerst volgende stap of stappen die je kunt nemen en is de zin om dat te doen er ook.

“Als er ruimte en afstand is, als er weer intrinsieke motivatie is, dan zie je de eerst volgende stap of stappen die je kunt nemen en is de zin om dat te doen er ook.”

Reageren op dit verhaal?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *