Loslaten

Het boek (zie mijn vorige verhaal) lag daar enige tijd prima op de rugleuning van de bank. Het lag op z’n kop en ik hoefde ik er niet meer in te kijken, zoals ik eerder wel had gedaan. In de lente en vroege zomer had ik er regelmatig in gebladerd en delen herlezen. Ik wilde leren wat ik kon leren uit de ervaring die ik met hem had gehad. Voor mezelf. Totdat ik het boek in de zomer omdraaide was de mogelijkheid om weer bij elkaar te komen ook een sterke motivatie geweest om te achterhalen wat het boek van onze relatie me te vertellen had.

Het herlezen hielp me in te zien dat verlatingsangst – wanneer ik deze niet herken, niet zie – een enorm bepalende factor is in de keuzes die ik maak binnen een liefdesrelatie en dat als ik deze angst wel zie, ik de moed op te brengen heb om te kiezen voor waar ik wél op hoop, wat ik wel wil. Uiteindelijk zag ik dat ik bovenal iedere dag, ieder moment weer het leven te creëren heb dat past bij wie ik werkelijk ben. Dat als er al een tegengif is voor verlatingsangst, dat het trouw, liefdevol en eervol handelen naar mezelf is.

Ik vermoed dat als ik tijdens mijn liefdesrelatie met hem deze inzichten had gehad en ernaar had gehandeld, onze relatie anders was gelopen. Dat ik me anders had verhouden tot en was omgegaan met de twee grote dilemma’s in onze relatie. De dilemma’s waarvan de aanleiding ons leeftijdsverschil van 14 jaar was.

We hadden twee hele verschillende levensomstandigheden te verenigen. Hij had sinds twee jaar zijn bedrijf en was anderhalf jaar voordat wij elkaar leerde kennen afgestudeerd. Ik was in de 14 jaar dat ik langer dan hij een volwassen bestaan had geleefd, docent geweest aan de hogeschool waar hij een decennium later zou studeren. Ik had vervolgens tien jaar als freelancer gewerkt en was intussen moeder geworden. Aan de twee studies die ik aan het begin van dit millennium afrondde, dacht ik nog nauwelijks.

En dan hadden we ook te dealen met een kritische omgeving. Dat er maatschappelijk een veel sterker en negatiever oordeel is over relaties waarin de man veel jonger is dan vrouw, dan andersom, gaf in mijn ogen zijn omgeving een steun in de rug om te oordelen over onze relatie, soms nog voordat ze ons samen hadden gezien.

Maar dat waren, zoals ik het al noemde, aanleidingen. Dat het dilemma’s werden en waren in onze relatie werd veroorzaakt door hoe wij erin stonden. Ik weet niet of we nu nog wél samen zouden zijn geweest als mijn houding en mijn handelen anders was geweest. Als ik al tijdens onze relatie had ingezien wat ik inzag de loop van de maanden nadat we uit elkaar gingen.

Waar ik wel zeker van ben is dat het voor mij persoonlijk beter zou zijn geweest als ik trouwer was geweest aan mezelf. Als ik liefdevoller en eervoller naar mezelf had gehandeld.

Afgelopen zomervakantie bracht rust. Eenmaal weer thuis ging mijn leven verder en mijn dochters gingen een paar weken later weer naar school. Ik dacht nog wel regelmatig aan hem, maar was vooral bezig met mijn eigen toekomst. Ik focuste me op mijn business, om die meer en meer vorm te geven op mijn manier. Maar ook op persoonlijk vlak was ik erop gericht om een leven te creëren dat bij mij past. Voor mezelf – zo had ik bijvoorbeeld contact met mensen die ik lang niet had gezien, maar wel had gemist – en binnen het gezin dat ik met mijn twee dochters vorm; we werden meer en meer een eenheid en er kwam meer rust in ons samenzijn.

Maar toch…

Met een boek op de rand van de bank – weliswaar op z’n kop – begin je niet gemakkelijk in een nieuw boek. Begin september voorvoelde ik dat er opnieuw een shift zou plaatsvinden. Die kondigde zich aan op een zondagochtend tijdens een wandeling die als een rondje hardlopen startte. Het was zo’n typisch zonnige ochtend die zwanger van de herfst leek. De geur, de frisheid, de serene rust. Er hing een verandering in de lucht die meer was dan de wisseling van twee seizoenen.

Ik dacht aan de reis naar Spanje die ik half september zou maken. Ik had een vliegticket geboekt en een appartement gereserveerd en aanbetaald. Ik had zin in nog wat zomerwarmte, dacht ik bij mezelf.

Had ik dat wel?

Op het moment dat ik mezelf deze vraag stelde wist ik dat in Nederland zou blijven. Ik wilde de overgang naar de herfst van dichtbij meemaken, ergens in de natuur zijn. Hier. Niet ver weg van waar ik woon.

En zo gebeurde het dat ik twee weken later in de herfstzon, zittend aan de rand van het meer waarin ik ook deze zomer zwom, dit verhaal schrijf en ook alle voorgaande verhalen schreef over de liefdesrelatie die ik had en wat ik ervan leerde. Ik hoor het water zachtjes tegen de kant klotsen en heel in de verte klinkt het ruisende, soms brommende en dan weer fluitende geluid van verkeer dat over de snelweg raast. Een geluid dat me afgelopen zomer en ook de zomers ervoor helemaal niet opviel.

Op de dag dat ik hier naartoe ging, voelde ik de aandrang om hem – nadat we lange tijd geen contact hadden – iets te laten weten over waar ik stond in mijn proces. Ik sprak een bericht in waarin ik vertelde over de stand van het boek – ik gebruikte sinds we uit elkaar waren deze analogie ook naar hem als ik sprak over onze relatie – en dat ik ervoer dat er een shift zat aan te komen. Hij liet me weten dat hij ook nog steeds ervoer dat ons boek open lag, maar niet van plan was het ergens in de nabije toekomst weer op te pakken.

Evenals met ‘de keuze’ om nu hier te verblijven in plaats van in Spanje, wist ik toen ik startte met het inspreken van een bericht aan hem niet waarom ik dat deed. Het gebeurde me al veel vaker in mijn leven dat ik een keuze maakte en pas achteraf ontdekte waarom ik dat deed. Ik wist dat ik hier nu moest zijn. Dat ik dagelijks een duik te nemen had in het meer, met iedere ademhaling de bosgeur op te snuiven, te wandelen en vooral ook veel alleen en in stilte te verblijven. Ik wist ook dat ik weer even moest inchecken bij hem.

Na zijn reactie dacht ik: dat boek moet de kast in. Hoewel alle andere boeken die daarin staan uitgelezen zijn en uit dit boek altijd een post-it zal blijven steken op de plek waar we gebleven waren, zag ik ineens heel helder dat ik mezelf tekortdeed door het nog langer op de bank te laten liggen. Dat het tijd was om ook hierin eervol te zijn naar mezelf.

Met het besluit om hem, om ons echt los te willen laten, liet ik los.

Ik had dit keer geen trouwring om in een gracht te gooien. Hoewel het een redelijk spontane actie was, was het ook een ceremonie die me ruim drie jaar geleden hielp om de relatie met de vader van mijn kinderen los te laten.

Een paar dagen geleden hield ik een ceremonie waarbij ik visualiseerde dat ik ons boek aandachtig en zorgvuldig oppakte en rustig sloot. Daarna hield ik het vast, drukte het tegen me aan. Ik sprak opnieuw – evenals ik een half jaar eerder naar hem deed – mijn dankbaarheid uit voor wat ik had mogen ervaren in de tijd dat we samen waren. Ik voegde hier nu wat ik had mogen leren in het voorbij half jaar aan toe. Daarna plaatste ik ons boek voorzichtig, maar doelgericht in de kast.

Deze ceremonie was fijn en helpend, het was ook passend om er oprechte tijd en aandacht aan te besteden, maar wat er het meest toe deed was het besluit zelf.

De camping waar ik verblijf is inmiddels officieel gesloten. De eigenaar gaf me toestemming om nog een paar dagen langer op deze nagenoeg verlaten plek te zijn. Ik beleef het haast als wildkamperen. De camping gaat volgend jaar niet opnieuw open. Het is verkocht en dit gebied gaat een andere bestemming krijgen. Afgelopen weekend werd het laatste weekend op zaterdagavond gevierd met door de pizzabakker ter plaatse in een houtoven gebakken pizza’s, waarvan punten werden uitgedeeld onder de campinggasten. Het was dezelfde pizzabakker die gedurende de afgelopen zomers de campinggasten op woensdag en zondag van pizza voorzag.

Hoewel het een vakantieweek die voor mij alleen bedoeld was – zoals gezegd was het oorspronkelijke plan om naar Spanje te gaan – waren mijn dochters er ook even bij. Ik haalde hen zaterdag op om nog één nacht op deze camping te spenderen. Ik was zondagochtend vroeg op weg naar het toiletgebouw toen ik aan de rand van het meer, Sofie gehurkt zittend aantrof. Ze had er zichtbaar moeilijk mee dat ze zo’n mooie plek, waaraan ze zulke fijne herinneringen had, moest loslaten.

De pizzabakker zien we terug in oktober op het verjaardagsfeest van haar en haar zusje. Hij zal dan het avondeten verzorgen. We kunnen op ieder moment dat we willen even terug naar dit gebied dat op slechts op een half uur rijden van ons huis ligt. We kunnen foto’s bekijken en ook de video’s die Sofie zelf afgelopen weekend nog maakte, kunnen we op ieder gewenst moment afspelen.

Maar dat voldoet niet.

Dat is niet waarnaar zij verlangt.

Geen enkel mens verlangt naar het ervaren van iets dat doet herinneren aan een ervaring. We willen de ervaring zelf. We willen er zijn, samen met de ander. We willen actief een ervaring creëren.

Ook ik vind het jammer dat we volgende zomer niet opnieuw terug kunnen naar deze plek. Wel heb ik in de voorbije 40 jaar van mijn leven ervaren dat je op heel veel plekken een fijne vakantie met fijne mensen kunt hebben. Zoals Liesje zo treffend uitdrukte in de vraag aan het einde van het ontbijt nadat we ruim twee jaar geleden de eerste nacht hadden doorgebracht op deze camping: ‘Mogen we nu naar de vriendinnen die we nog niet hebben ontmoet?’

En toch.

Precies hetzelfde kan ik mezelf voorhouden als het gaat om de liefde en ik weet ook dat het waar is. Er zijn zoveel lieve en fijne mogelijke geliefden. Ik weet dat er weer een tijd gaat zijn waarin ik met iemand samen ben. Daarvoor had ik wel ruimte te creëren door hem, door de relatie die we hadden werkelijk los te laten. Dat kon pas nadat ik mijn deel van ons gezamenlijke verhaal werkelijk onder ogen was gekomen en ten volle had doorvoeld.

Vol vertrouwen beloofde ik mijn kinderen een fijne, nieuwe vakantieplek. De belofte aan mezelf gaat nog een stapje verder:

De fijnste liefdesrelatie die ik ooit ga hebben, gaat nog komen.

———————

Dan nog dit:

Als je naar het licht wilt, moet je je schaduw meenemen.

– Tijn Touber

Deze verhalen schreef ik in de eerste plaats om mijn eigen schaduw beter te leren kennen, zodat ik minder bezig hoef te zijn met te proberen ervoor weg te rennen of ‘m te ontkennen. Zodat ik vrijer op weg kan zijn, mijn levenspad ten volle kan bewandelen.

Ik deelde deze verhalen omdat ze jou mogelijk herkenning en erkenning kunnen bieden in de ontwikkeling die jij loopt, het (liefdes)verhaal dat jij leeft. Ik wilde niet dat mijn schaamte, mijn verlegenheid of bescheidenheid belemmerde dat jij toegang zou hebben tot de inzichten die ik opdeed uit mijn liefdesverhaal en daarom heb je mijn verhaal verdeeld over meerdere verhalen hier kunnen lezen.

Mocht je behoefte hebben aan contact naar aanleiding van mijn verhalen, schroom dan niet en mail naar annevanhees1981@gmail.com.

Ik zal je mail met aandacht lezen en beantwoorden.

Boek

Het is eind juli als ik in het meer zwem waaraan de camping ligt waar ik deze zomer twee weken samen met mijn dochters verblijf. Het is de derde zomer die we hier spenderen. Nadat we twee jaar geleden deze camping ontdekten, concludeerden we tot twee keer toe dat we geen fijnere plek konden bedenken om heen te gaan. En dus keerden we ernaar terug, ook dit jaar.

Het water is fris en schoon. Ik zwem een paar honderd meter en mijmer intussen over de plek waar en het huis waarin ik zou willen wonen. Over enige tijd wil ik graag buitenaf gaan wonen en de camping en het meer bieden een inspirerende setting om me hier beelden bij te vormen. Ik denk na over het aantal slaapkamers dat wenselijk is voor ons en over welke functie ik de huiskamer wil geven. Ik beeld me in dat er muziekinstrumenten staan, veel meer instrumenten dan de piano, gitaar en ukelele die ik bezit.

Plots besef ik dat de muziekinstrumenten die ik me inbeeld, zijn instrumenten zijn. Direct zie ik ook dat ik met veel meer beelden die ik me in de afgelopen minuten vormde, onbewust rekening hield met zijn mogelijke behoeftes en wensen als het om wonen gaat en meer nog met zijn vermoedelijke behoeftes en wensen zodra hij in één huis leeft met ook mijn dochters.

‘Dit is belachelijk…’ stamel ik hardop met mijn mond maar net boven het wateroppervlak. Wat gebeurt hier? Denk ik er meteen achteraan en kijk rond alsof er iemand in het water is die we me antwoord kan geven. Niet alleen zijn er enkel wat spelende kinderen vlakbij de waterkant verderop, ook besef ik dat ik zelf heb uit te zoeken waarom ik onbewust, maar mogelijk ook bewust nog steeds leef met het idee dat we weer samen zullen komen.

In de voorbij maand – nadat we samen een bank naar mijn kantoor brachten – hielden we contact. Tijdens ons gesprek een maand eerder dacht ik te zien dat hij in zwaar weer verkeerde. Ik maakte me zorgen. Nadien wilde ik hem wat in de gaten houden. Zo nu en dan polste ik hoe het ging. Daarnaast weet ik uit eigen ervaring, maar veel vaker nog zag ik het binnen mijn coaching praktijk, dat een periode waarin iemand vastloopt een kans is om tot verandering.

Een paar dagen voordat ik zojuist het water instapte, spraken we elkaar telefonisch. Ik vond het geen prettig gesprek. Ik merkte dat ik gefrustreerd raakte naar aanleiding van wat hij vertelde over zijn persoonlijk ontwikkelingsproces. Zijn verhaal botste met wat ik meende dat wenselijk was, dat helpend voor hem zou zijn en wat eventueel ook ruimte zou kunnen creëren bij hem voor ons.

Na afloop van het gesprek liet ik niets meer van me horen en ik hoorde ook niets meer van hem. Ik wilde me niet voelen zoals ik deed tijdens ons gesprek en ook niet nu ik aan hem en zijn verhaal denk. Al verder zwemmend besef ik dat ik me ook niet langer beperkt wil voelen door de mogelijkheid dat we weer samen zouden komen. Dat ik over zoiets als mijn toekomstige huis in alle vrijheid en vanuit het perspectief van mijn dochters en mij wil fantaseren. Dat ik daarbij geen rekening wil houden met hem.

Ik realiseer me tegelijkertijd en opnieuw dat ons boek niet uit is. De afgelopen maanden gebruikte ik voor mezelf en om aan anderen uit te leggen hoe ik me gevoelsmatig tot hem verhield, regelmatig voor onze liefdesrelatie de analogie van een boek. Een niet uitgelezen boek. Een boek waar we ergens in het midden plotseling gestopt waren met lezen. En dat nu open, ongebruikt en doelloos op de bank ligt, maar dat wel dagelijks meerdere keren in mijn vizier verschijnt.

Wat kan ik hiermee? Wat kan ik met enerzijds het verlangen om verder te gaan en anderzijds de beleving dat de liefdesrelatie met hem niet is afgerond?

En terwijl ik deze vragen laat bezinken en rustig verder zwem, zie ik voor me dat ik het boek omdraai. Ik leg het op z’n kop bovenop op de rugleuning van de bank. Ja, denk ik, het mag er nog zijn, maar ik wil er niet langer steeds in kunnen kijken, kunnen zien waar we waren gebleven.

Ik voel met mijn voeten of ik voldoende dichtbij de kant ben om te kunnen staan. Mijn tenen raken het losse zand. Voorzichtig zet ik eerst mijn ene en dan mijn andere voet neer. Langzaam – zeker de eerste stappen voelen zwaar – loop ik het meer uit. Wanneer ik eenmaal de waterkant heb bereikt, draai ik me nog even om. Hoewel het geen uitzonderlijk warme dag is, voel ik hoe de zon mijn huid verwarmt.

Ik sluit mijn ogen zodat ik het gevoel van de warmte op mijn huid nog beter tot me kan laten doordringen. En terwijl ik daar zo sta verheug ik me op de overige tien dagen van de vakantie, omdat ik nu al het verschil in innerlijk rust en daarmee met ruimte om te ervaren wat zich in het ‘nu’ voordoet bemerk.

Zelfonderzoek

Aan het einde van de ontmoeting bij mij thuis waarin ik aangaf dat ik opnieuw een relatie met hem wilde en hij duidelijk maakte dat hij op een ander punt in zijn proces zat, hielden we elkaar nog even stevig vast. ‘Wat nu met ons contact?’ vroeg hij op voorzichtige toon. ‘Dat ga ik helemaal stilleggen,’ antwoordde ik kalm maar resoluut.

Hij kon of wilde het niet samen doen. Ik wilde achterhalen hoe ik het anders kon doen. Nu ik had herkend dat verlatingsangst zo’n impact had op mijn keuzes en handelen binnen een liefdesrelatie, nu ik was wakker geworden uit een droom waarin ik dit niet doorhad, wilde ik ontzettend graag gaan zien hoe het werkelijk zat zodat ik hierin diepgaande verandering kon bewerkstelligen. Zodat ik een liefdesrelatie zou kunnen creëren waarin ik me vrij zou voelen.

Ik wist dat dit niet zou lukken als ik nog contact met hem hield terwijl we niet samen waren, geen relatie hadden. Het was voor mij duidelijk dat ik dit proces van zelfonderzoek of in verbinding zou doorlopen, of met zo min mogelijk afleiding. Tegelijkertijd wilde ik de deur niet volledig dichtgooien. Ons boek voelde nog steeds niet als ‘uit’ en dus stuurde ik hem eind mei voor zijn 26ste verjaardag een kaart. Hierop stelde ik voor om eind juni samen een lange wandeling te maken.

Van wandelen kwam het niet.

Ik zag hem een week eerder dan de voorgestelde datum. Ik geloof niet in toeval, wel in synchroniciteit. Dat maakte dat we op een zaterdag in de tweede helft van juni samen een bank ophaalde en naar mijn kantoor brachten. Tijdens de rit en ook toen we uiteindelijk samen met een kop thee op de bank in mijn kantoor zaten, waren we veelal stil. Het was de gemakkelijke stilte waarmee ik zo vertrouwd was in zijn bijzijn. Het gewoonweg met elkaar ‘zijn’.

Deze stilte werd afgewisseld met hele compacte taal. Dat klinkt wellicht bruut, maar zo ervoer ik dat niet. Er waren gewoonweg geen koetjes en kalfjes aanwezig zodra we spraken. Wel waren er woorden waarmee we elkaar echt vertelden waar we op dat moment stonden in het leven; wat we tot dan toe hadden ontdekt.

‘Ik ben intussen gaan inzien dat ik niet zozeer de verlatingsangst te beteugelen heb,’ vertelde ik hem, ‘maar dat ik het verlangen naar een ander leven, naar een andere relatie groter moet laten zijn dan deze angst. Dit betekent dat ik me bewust dien te worden van de angst zodra deze er is, dat ik deze dien te herkennen en dat ik vervolgens vanuit het geloof en vertrouwen in een relatie waarin ik me vrij voel keuzes te handelen heb. Dat ik verantwoordelijkheid te nemen had voor mijn eigen behoeftes en wensen en waar nodig mijn grenzen. Dat ik de verlatingsangst mijn handelen liet bepalen, kwam uiteindelijk neer op dat ik erop vertrouwde dat het niet zou lukken om zo’n relatie te creëren.’

Hij snapte wat ik zei, verstond me. We bleken ook nog steeds beiden te verlangen naar samenzijn én hij bleek zich opnieuw op een heel ander punt in zijn ontwikkeling te bevinden dan ik.

Ontwaken

In de eerste weken na de breuk bestonden mijn dagen uit twee typen activiteiten. Ten eerste vervulde ik mijn meest basale verplichtingen. Ik zorgde voor mijn kinderen, deed boodschappen, kookte, voerde gesprekken met cliënten, beantwoordde hoognodige mails en zo meer. Ik leefde op de automatische piloot. Er was gevoelsmatig veel meer sprake van overleven dan van leven. En hoewel ik dit besefte, liet ik het gebeuren. Ik wist intuïtief dat ik de tijd haar werk moest laten doen.

Bijna alle momenten dat ik niet bezig was met deze basale verplichtingen, spendeerde ik op wat door mijn dochters al snel nadat we drie-en-een-half jaar geleden in ons huis trokken tot ‘zachte plek’ werd gedoopt. De zachte plek in ons huis is onze zithoek die bestaat uit een driepersoons bank, twee fauteuils, een boekenkast én een heel, heel zacht, hoogpolig vloerkleed. Er is geen tv. Sowieso hebben we die geen in huis. Wat tot gevolg had dat er weinig afleiding was gedurende de tijd – soms dagen achtereen vele uren per dag – die ik op die plek spendeerde.

Ik zat afwisselend op de bank en in één van de fauteuils, maar meestal gewoonweg op het kleed. Ik las er, ik schreef er in mijn dagboek, mediteerde, mijmerde en huilde veel. Ik wist niet waar dit alles me zou brengen, maar ik wist dat ik iets te ontdekken had bij mezelf. Iets wat ik niet had gezien tijdens mijn relatie, maar wat vermoedelijk grote invloed had gehad. Juist doordat het ongezien zijn gang had kunnen gaan.

Ik kreeg relatief snel door dat ik op veel momenten niet mijn behoeftes en wensen had geuit, of in ieder geval niet voldoende. Ik zag ook dat ik mijn grenzen onvoldoende had herkend en had aangegeven. Dat dit ertoe had geleid dat ik uiteindelijk niet anders kon dan uit de relatie stappen.

Begrijp me niet verkeerd; mijn lief was heel lief. Hij was juist steeds bereid geweest om rekening met me te houden, hij dacht steeds vanuit ‘wij’ en geenszins was het ooit zijn bedoeling om mijn grenzen te overschrijven. Misschien was dit wel een belangrijke reden dat ik tijdens onze relatie niet of nauwelijks zag dat er behoeftes van me te weinig vervuld werden en dat er grenzen overschreden werden. Ik had in mijn leven nog niet eerder ervaren dat er iemand zó lief voor me was. Ik voelde me met hem als mijn geliefde de grootste gelukspoeper op aarde. En daarmee vond ik niet alleen dat ik niet het recht had om nog meer van hem te vragen, ook dacht ik, meestal onbewust: deze móet ik houden.

In die eerste weken na de breuk zag ik ook al snel dat het me aan zelfvertrouwen had ontbroken om mijn wensen en grenzen aan te geven. Ik raakte verstrikt in deze gedachte, in dit idee. Ja, ik zag dat ik niet het vertrouwen in mezelf had gehad om dit goed te doen en dat dat me ervan weerhouden had om het te doen, maar wat kon ik met dit inzicht? Hoe ontwikkel je zelfvertrouwen?

Het voelde als een enorm lege huls en ik raakte niet voorbij aan dit inzicht, vond niet de diepere laag. Ik vertelde tegen iedereen die er maar naar wilde luisteren wat ik was gaan inzien over mezelf en hoe ik had gehandeld of wat ik juist had nagelaten te doen tijdens mijn relatie met hem. Dit deed ik in de hoop dat ik op één van die momenten of met behulp van het licht dat een ander erop wierp, zou ontwaken. Dat ik zou zien wat er werkelijk de oorzaak van was geweest dat ik onvoldoende recht had gedaan aan mezelf binnen de relatie.

Rond lunchtijd op paaszondag deelde ik mijn tot dan toe verworven inzichten met mijn ouders. Ik huilde terwijl ik dat deed. Natuurlijk om het verdriet van het verlies, maar ook de frustratie niet verder te komen, bracht me tot tranen. Ook in gesprek met hen kwam ik niet verder, maar zei wel: ‘Ik hik er tegenaan. Er is een drempel waar ik over moet en ik heb nog maar een klein zetje nodig.’

Later die middag zat ik weer wat uren op de zachte plek. Normaliter zijn mijn kinderen altijd vanaf zaterdag 17.00 uur bij mij. Dit keer zouden ze een dag later arriveren, zodat ze eerste paasdag met hun vader konden spenderen. Ik mistte hen. Voelde me extra alleen nu zij er niet waren. En toen viel het plots en keihard binnen:

Zo eenzaam als ik me nu voel, dat is precies waar zo bang voor was tijdens mijn relatie.

En ik zag deze angst niet.

Dit is niks meer of minder dan verlatingsangst.

Bij mensen met verlatingsangst stelde ik me tot dan toe altijd afhankelijke, niet zelfredzame types voor. Dit was niet het beeld dat ik van mezelf had. Te meer omdat ik me ook – ondanks dat ik me de meeste tijd flink ellendig voelde in de voorbije weken – prima had gered. En toch kon ik er niet meer omheen: de angst om afgewezen en uiteindelijk verlaten te worden had mijn keuzes en handelen tijdens de relatie in grote mate bepaald.

Dit was verlatingsangst in optima forma.

Ik gaf mezelf een paar weken om het inzicht dat ik opdeed in dit ontwaak-moment, te laten doorwerken. Na opnieuw heel veel mijmeren, mediteren en schrijven dacht ik: nu kunnen wij weer door. En ook: nu ik zie dat en hoe verlatingsangst mijn gedrag beïnvloedt, ga ik het ook makkelijker herkennen in het moment dat het gebeurt. Heb ik zelfs die momenten nodig om het te gaan herkennen én veranderen.

Het was inmiddels ruim een maand na de breuk. In de tussentijd hadden we wel contact gehouden. Weliswaar was er veel minder contact dan voorheen en bovenal waren we minder op de hoogte van elkaars dagelijkse bezigheden, maar we steunden elkaar wel in het rouwproces dat we beiden doorliepen.

Ik legde hem uit wat ik had ontdekt over mezelf. Ik vertelde ook over hoe ik zag dat ik in een toekomstige relatie – al dan niet met hem – heel anders zou staan. Dat de verlatingsangst er waarschijnlijk evengoed nog zou zijn, maar dat ik deze sneller en makkelijker zou herkennen, me zou herinneren hoe dit eerder mijn handelen had bepaald en dat ik er uit liefde voor mezelf en voor de relatie voor zou kiezen om zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven in de keuzes die ik maak.

Hij bleek zich op een ander punt in zijn proces te bevinden dan ik.

Uiteengaan

In december 2020 besloot ik om minder bij hem thuis en vaker in mijn eigen huis te zijn. Met betraande ogen haalde ik de kledingkast leeg die ik een jaar eerder in gebruik had genomen en pakte mijn boeken en nog wat andere spullen die bij hem lagen in, in grote boodschappen tassen. Hij tilden deze in de kofferbak van mijn auto en reed ons naar mijn huis. Daar legde ik mijn kleding met aandachtig terug in mijn eigen kledingkast en zette ik mijn boeken zorgvuldig terug in mijn boekenkast. Ik settelde me opnieuw in mijn eigen huis.

In januari van dit jaar kregen we beiden corona. Ik als eerste. Hij zou die zondagmiddag naar mijn huis komen, waar ik op dat moment samen met mijn dochters was, maar besloot dit niet te doen, nadat ik aan het begin van de middag de mail met de positieve testuitslag ontving en hem hierover belde.

We zagen elkaar twaalf dagen, met twee onderbrekingen van een half uur, niet. We belden wel om van alles te bespreken en ook de dillema’s binnen onze relatie. Op een avond werd de verbinding verbroken. Zo ontdekten we dat telecombedrijven zodoende voorkomen dat een verbinding langer dan twee uur ongebruikt openblijft. We belden opnieuw en spraken elkaar nog eens bijna twee uur.

In februari van dit jaar lastte we een pauzeweek in. We zagen elkaar een week niet om beiden los van elkaar te bezinnen op de twee dilemma’s waarop onze relatie vast leek te lopen, te weten: 1) Hoe verenigen we zijn leven als midden twintiger met mijn (gezins)leven als eind dertiger? En 2) Hoe dealen we met de verschillende opvatting die we hebben over hoe we ons willen verhouden tot een afwijzende omgeving?

Dat ik meer mijn eigen leven diende te gaan leiden en hem zijn eigen leven en proces meer moest laten, dat zag ik wel in die week, maar ik had geen idee hoe. In praktische zin kwam ik met de pauzeweek dus geen stap verder.

Op woensdag 17 maart reed ik, nadat ik mijn stem voor de landelijke verkiezingen had uitgebracht, met een bakje soep, maar zonder logeerspullen naar zijn huis. Daar warmde ik de soep op. Deze aten we knus naast elkaar zittend op barkrukken aan zijn verhoogde eettafel. We kletsten wat over wat ons bezighield en lachten om wat we ‘domme grapjes’ waren gaan noemen vanaf dat we ontdekten dat we beiden graag de competitie aangingen in het verkondigen van onzinnigheid.

Na de soep ploften we neer op de bank. We waren besluiteloos als het ging om wat we verder nog zouden eten die avond. Wilden we iets bestellen of zouden we nog naar de supermarkt gaan? Eén van de twee moest gebeuren, er was nauwelijks iets in huis.

Die avond kwam het niet tot een besluit hierover. Wel namen we een ander besluit.

Eenmaal zittend op de bank bracht ik ons gesprek op dat waar het in mijn ogen over moest gaan: dat we vastzaten. Veel hoefde ik daar niet over te zeggen. We zagen beiden dat we in de afgelopen maanden veel tijd, energie en aandacht hadden gestoken in het proberen los te raken, een nieuwe weg in te slaan.

Nu zagen we geen andere weg meer dan bij elkaar weggaan. Juist ook omdat we recht wilden blijven doen aan de liefde die we voor elkaar voelden. We wilden deze niet langer bezoedelen met de moeilijkheden waarvan we intussen doorhadden dat deze voortkwamen uit onze ego’s, maar waarvan het ons niet lukten om hierin ware verandering te brengen.

Toen was daar de stilte.

We hielden elkaars hand vast. We huilden samen. Minuten gingen voorbij.

‘Ik ben jou zó dankbaar,’ doorbrak ik de met gesnik gevulde stilte. ‘Voor al jouw waardering voor mij, jouw vertrouwen in mij. Dat je bent wie je bent en dat je mijn lief was.’ Veel meer woorden van dankbaarheid volgden. Over en weer. Over wat de ander en wij elkaar hadden gebracht in de twee jaar dat we samen waren geweest.

Ineens was daar de avondklok. Ik kon niet langer terug naar mijn eigen huis. ‘Wat nu?’ vroeg ik terwijl ik hem wat hulpeloos aankeek. ‘Mijn gevoelens voor jou zijn in de afgelopen drie kwartier niet veranderd en wij zijn ook geen andere mensen geworden,’ zei mijn ex-lief, ‘Ik hou nog steeds evenveel van je.’

We brachten de nacht samen door in het huis, dat een tijd lang ook had gevoeld als mijn tweede thuis. We sliepen samen in het bed waarin we iedere nacht die we er samen doorbrachten, de hele nacht lang intens verstrengeld lagen. We probeerden steeds zó dicht tegen elkaar te liggen, dat het fysiek gezien haast onmogelijk was. Pas na een jaar samenzijn ontdekte ik dat dat de oorzaak was van de rugpijn die ik nooit eerder in mijn leven had gehad. Het was als een dans die we samen maakten, waarbij de één als vanzelf mee bewoog in de draaiing die de ander maakte.

En we huilden.

Ik huilde ook om het verdriet dat nog zou komen. Om de pijn die ik nog zou voelen. Twee dagen later kon ik deze woorden geven: ik voelde me geamputeerd. We waren uiteengegaan in de letterlijke betekenis van het woord: één geheel was niet langer heel.

Druk

Het was zomer 2020. Na maanden waarin we voornamelijk thuis – wat neerkwam op bij hem thuis in zijn werkkamer – werkten, gingen mijn lief en ik weer steeds vaker naar kantoor. Nog steeds zaten we in hetzelfde pand, weliswaar een ander pand dan waarin we elkaar hadden leren kennen. We waren als het ware samen – en met nog een aantal andere ondernemers – verhuisd naar dit pand.

Ik had in het voorjaar besloten om de omstandigheden (veroorzaakt door de corona-maatregelen) te benutten en een soort van sabbatical in te lassen. Ik werkte nog wel, maar deed alles in mijn eigen tempo en ik deed nagenoeg alleen maar waar ik zin in had. Dat voelde goed en ik voelde me er ontspannen bij. En ook weer niet. Het wrong meer en meer dat mijn inkomsten achteruit liepen, ik weinig af kreeg en dat mijn eerdere plannen in de koelkast stonden. Mijn lief probeerde mij gerust te stellen en zei me dat ik me over geld geen zorgen hoefde te maken, dat hij er waarde aan hechtte dat hij als man financieel voor mij en mijn dochters zou kunnen zorgen en dat hij hard op weg was met zijn bedrijf om dit te kunnen doen.

Ik waardeerde dit en dat zei ik hem ook. Ik had er ook een dubbel gevoel bij, maar kon de vinger er niet op leggen en verzweeg dit daarom naar hem. Dacht ik. Nu zie ik dat ook hierbij angst regeerde. Angst om hem af te wijzen en teleur te stellen, waardoor hij mij misschien zou afwijzen.

Via mijn lief had ik al regelmatig te horen gekregen dat er vanuit zijn omgeving veelal geen interesse in mij was en dat er twijfels waren bij de haalbaarheid van onze relatie. Tot dan toe had ik afwisselend op bepaalde momenten bij hem aangedrongen om dat ik toch in contact zou komen met zijn omgeving en het er dan weer een tijd bij laten zitten. Ik had er in ieder geval onbegrip voor gehad, ik begreep niet dat het mogelijk was dat wanneer mensen om iemand geven, de partner en partnerkeuze van die persoon niet respecteerden.

Die zomer kwam een goede vriendin van hem over uit het buitenland. Ik had haar nog niet ontmoet, maar verwachtte dat daar verandering in zou komen, want ze zou ook enkele dagen op kantoor werken.

En inderdaad zag ik haar in het voorbijgaan.

Mijn lief nodigde haar uit om samen met mij en hem te lunchen. Ze weigerde. Hij vroeg het nog eens. En nog eens. Ze weigerde nog eens en nog eens.

Daarop barstte ik.

Ik was kwaad. Furieus.

Ik was boos op die zogenaamde goede vriendin en haar arrogante houding en ik was bovenal boos dat mijn lief toestond dat hij zich zo liet behandelen. Al mijn boosheid over alle afwijzing die er in de anderhalf jaar ervoor al was geweest, projecteerde ik op deze situatie. Ik zei allerlei hele onaardige dingen over haar en haalde een heel arsenaal aan tactieken tevoorschijn om mijn lief ertoe te bewegen om duidelijkere grenzen naar haar en zijn verdere omgeving aan te geven. Het effect was dat mijn lief en ik meer en meer tegenover elkaar kwamen te staan hierin. Hij zag er het nut niet van in te proberen zijn omgeving te veranderen.

Ik weet dat hij een andere beleving heeft dan ik van de laatste maanden van 2020. Voor mij was deze periode – zeker achteraf bezien – het begin van het einde.

En ook weer niet.

Nog steeds en bovenal hadden we het heel fijn samen. Ruzie hadden we niet. Ik was weleens boos, maar daar spraken we dan over. We konden gewoonweg heel goed communiceren. En hij, hij bleef altijd kalm.

Wat veel meer op de voorgrond was, was de gezelligheid en de verbinding die we steeds weer creëerden en opzochten. Zoveel als mogelijk waren we samen. En wanneer we samen waren, was het gewoonweg goed. Haast ieder moment van samenzijn ervoer ik als compleet. Ik voelde me veilig, gezien, gehoord en gewaardeerd. Ik had plezier, we lachten veel.

Ik ervoer wel ook een groeiend verlangen om meer mijn ‘eigen ding’ te doen. Ik kon dit verlangen niet rijmen met de compleetheid die ik ervoer in ons contact. Ik wist ook niet goed in welke vorm ik mijn ‘eigen ding’ wilde doen. Lezen was op de achtergrond geraakt en dus nam ik zo nu en dan een boek ter hand, zorgde dat er ook bij hem thuis tenminste één lag en nestelde me wat vaker met een boek in zijn fauteuil.

Telkens wanneer ik dit deed, had ik daar tegenstrijdige gevoelens bij. Ik vond het heerlijk om te doen, het voelde als weer thuiskomen bij mezelf en tegelijkertijd voelde ik me schuldig. Hij moedigde me aan om te onderzoeken wat ik voor mezelf wilde doen en om dit gewoonweg te gaan doen en tegelijkertijd bood alleen al zijn aanwezigheid de mogelijkheid, de uitweg om daar niet over te hoeven nadenken en dat niet te hoeven doen. Ik hoefde niet meer te doen, dan bij hem zijn om me gewoonweg goed te voelen.

Een hoorbare zucht verlaat via mijn neus mijn lichaam terwijl ik naar de zinnen staar die ik hiervoor schreef. Ik schud mijn hoofd die tegen een paar vingers van mijn linkerhand rust. Hoe kan het dat ik niet zag wat er gebeurde? De druk die er zowel vanuit buitenaf, als binnenuit was, had me kunnen doen ontwaken, had mijn ogen kunnen openen.

Leef-tijd

Wij tweeën kenden geen leeftijdsverschil. Wanneer ik naar hem keek, zag ik gewoonweg hem. Het gebeurde vrij zelden dat ik naar hem keek en dacht: hij is bijna 14 jaar jonger dan ik. Ik was er simpelweg meestal niet mee bezig. Er waren zoveel kenmerken die ik heel veel interessanter vond, dan zijn leeftijd.

Leef-tijd, het woord zegt het: de tijd dat iemand (tot nu toe) leeft. We geven allemaal een verschillende invulling aan deze tijd en hoe we deze tijd spenderen heeft tot op zekere hoogte veel meer betekenis, dan de lengte ervan.

We hadden de gewoonte om zo nu en dan innig verstrengeld voor de spiegel in de badkamer te staan en dan naar ‘ons’ te kijken. Ik vroeg hem op die momenten weleens of hij wanneer hem naar mij keek, ons leeftijdsverschil waarnam. Hij ontkende dat. Hij bleek er evengoed als ik weinig mee bezig.

Hij voelde het leeftijdsverschil wel. Hij had dat alleen lange tijd niet door.

Toen we ongeveer een halfjaar samen waren complimenteerde hij me voor het eerst met de zachtheid van mijn huid. In de maanden erna deed hij dit nog een paar keer. Eén van die keren zei hij: ‘Je hebt echt zo’n zachte huid. Ik heb nog nooit een vriendinnetje gehad met zo’n zachte huid. Wat smeer jij op je huid om ‘m zo zacht te houden?’
Telkens wanneer hij weer over de zachtheid van mijn huid begon moest ik glimlachen, me afvragend wanneer hij ‘mijn geheim’ zou ontdekken.

Ik wilde hem niet voor de gek houden, maar vond het té grappig om hem hierover niet een tijd in het ongewis te laten. Toen hij er op een dag weer eens over begon trok ik mijn wenkbrauwen op, lachte vervolgens naar hem en vroeg: ‘Lieve schat, heb jij de huid van je oma weleens gevoeld?’ ‘Uhhh nee,’ reageerde hij verbaasd terwijl hij me niet begrijpend aankeek. Ik besloot het raadsel te onthullen en zei: ‘Mijn huid is zo zacht ook omdat het bijna veertien jaar ouder is dan dat van jou en van je ex-vriendinnen.’

Zoals ik eerder schreef, schreef ik de verhalen over de geliefde die tot ruim een half jaar geleden twee jaar in mijn leven was, al eerder dan ik ze nu publiceer. Ik heb in het half jaar nadat we onze relatie beëindigden veel tijd, aandacht en energie gestoken in niet alleen de verwerking, maar ook het reflecteren op en daarom leren van deze ervaring.

Dat heeft me enorm veel gebracht.

Op allerlei vlakken, maar zeker op liefdesgebied ervaar ik steeds weer het effect van een inzicht in een fenomeen dat plaatsvindt. Als ik zie hoe ik werk, hoe ik handel of vanuit welke overtuigingen, welk zelfbeeld of welke waarden ik handel zoals ik doe, veranderen niet alleen mijn keuzes en mijn gedrag, maar dat wat zich voordoet in mijn leven, de gebeurtenissen die plaatsvinden, veranderen ook direct. Steeds weer vindt er, nadat ik een inzicht opdeed, een shift in mijn leven plaats.

Na afgelopen september – de periode waarin mijn verwerkings- en reflectieproces tot een climax kwam en gevoelsmatig afrondde – was er ook zo’n shift. De ontwikkelingen die er momenteel in mijn leven zijn weerhielden me er tot op heden van om de verhalenreeks over de waanzinnig mooie liefde die ik heb mogen ervaren, af te ronden.

Deze week start ik met een experiment. Een experiment vanuit het inzicht dat ik echt ochtendmens ben (dat wist ik al wel wat langer), gecombineerd met een inzicht dat ik opdeed in het boek Rust in uitvoering, van Alex Pang dat ik afgelopen herfstvakantie las; veel succesvolle schrijvers gebruiken de vroege ochtenduren om hun beste stukken te schrijven.

Ik stond vandaag en sta ook de overige dagen van deze week om 5.00 uur op om mijn verhalen te gaan herschrijven en redigeren en vervolgens te publiceren. Niet alleen omdat ik het waardevol vind om ze te delen, ook omdat deze verhalenreeks me in de weg zit. Er kwam de laatste weken geen nieuwe tekst uit mijn vingers en dat terwijl ik aan twee boeken werk en regelmatig (normaliter wekelijks) verhalen vanuit De ADHDacademie publiceer. Ik weet dat ook dit pas weer gaat stromen, zodra ik de verhalen over mijn ervaring met hem, die ik nog op de plank heb liggen, heb gedeeld.

Ik richt me erop om deze week dagelijks een verhaal te posten. Dan kan ik daarna weer fijn verder met schrijven over leerprocessen die plaatsvinden op nog heel veel vlakken meer dan enkel binnen de romantische liefde. En toch…

heeft ook de ervaring met hem me laten zien, dat liefde betrokken is bij alles wat in het leven waarde heeft.

Herontdekking

‘Je hebt elfenhaar,’ onderbrak hij mijn monoloog over de ontevredenheid die ik lange tijd over de dikte van mijn haar (of moet ik schrijven: de dunte van mijn haar?) had gekend. De laatste jaren was ik er al anders in gaan staan; er was meer rust en aanvaarding. En toch, de verandering in mijn hormoonhuishouding door mijn zwangerschappen hadden mijn haar bepaald geen goed gedaan. ‘Nee maar echt,’ benadrukte hij even later nogmaals, ‘je hebt haar zoals elfen dat hebben en dat vind ik juist heel mooi.’

De kracht van verhalen, ook en juist die je jezelf vertelt, is gigantisch. Sinds hij dit tegen me zei, heb ik niet langer dun, sluik en futloos haar.

Ik heb elfenhaar.

En niet alleen op haarvlak deed ik een herontdekking tijdens onze relatie. Sommige stukken van mezelf kwamen onder dikke lagen stof vandaan. Met name op ‘zijnsvlak’, zoals ik dat zelf ben gaan noemen. Degene die je bent of dat wat je bent, ook als je niets doet en niet praat.

Ik kon met hem heerlijk introvert en stil zijn. Ik kon gewoonweg zijn, omdat hij ook zo was en is. De stilte als we samen waren was nooit ongemakkelijk. Tegelijkertijd werd die stilte afgewisseld met diepgaande gesprekken, vaak over mijn lievelingsonderwerp; menselijke ontwikkeling. De stilte werd ook afgewisseld veel onzinnig, grappige en nutteloze prietpraat waar we beiden en meestal tegelijkertijd enorm om moesten lachen.

En zelfs in het ouderschap herontdekte ik mezelf.

Voordat ik hem leerde kennen, zag ik altijd wel iets dat ik anders of beter moest doen als moeder. De zomer voordat ik hem leerde kennen hadden mijn kinderen nog in het water van een meertje op mijn ouders gestaan, om vervolgens in het water te springen. Dit deed ik niet omdat ik dat nou zo leuk vond. Ik vond dat ik dat moest doen, dat ik iets speelser en drukker moest zijn evenals hun vader met ADHD, die mijn dochters tien dagen moesten missen.

Het was hij die zag en benoemde wat en hoeveel ik wél deed voor mijn kinderen. Vooral ook hielp hij me zien dat ik mijn kinderen goede voorwaarden en omstandigheden en een veilig en warm nest bood en daarmee het meest voorname wat opgroeiende kinderen nodig hebben. Het werd me duidelijk dat alles wat ik nog meer bood, fijne extra’s waren, maar dat ik mijn moederrol goed genoeg vervulde.

Enerzijds ging ik mee in het leven van een twintiger, voelde ik mezelf jonger en speelser voelde, was mijn leven avontuurlijker met hem in mijn bestaan, anderzijds kwam ik dichterbij het leven dat paste bij mij als eind dertiger, maar bovenal nog een leven dat gewoonweg bij mij paste. Heel tegenstrijdig was dit met dat ik tegelijkertijd mijn leven aanpaste uit angst mijn relatie te verliezen.

En toen waren daar de corona-maatregelen in maart 2020. Ik vond het heerlijk. Samen zaten we urenlang naast elkaar te werken in de werkkamer die hij aan het begin van de lockdown voor ons beiden bij hem thuis had ingericht. Ik besloot ook om minder te gaan werken, het rustiger aan te doen. ’s Avonds kookte ik vaak uitgebreid, soms deden kookten we samen. We gingen vaak pas laat naar bed. De buitenwereld verdween naar de achtergrond en bleef daar lange tijd. Het was alsof we samen onder een stolp leefden.

Ik mistte hem in deze periode ook. Ik mistte hem gruwelijk zodra ik zonder hem was, wat meestal was op de momenten dat ik met mijn kinderen samen was. Hij was gemiddeld twee van de vier avonden dat mijn dochters bij mij waren, ook bij mij thuis. Meestal at hij één van die twee avonden samen met ons. Dat voelde voor mij uit balans gezien het leven dat we in de andere helft van de week samen leefden.

Ik pakte iedere woensdag mijn tas in en vertrok naar zijn huis, hoewel de meeste spullen die ik nodig had daar al stonden. Op zaterdag even voor 17.00 uur – soms met piepende banden – arriveerde ik weer thuis om mijn kinderen binnen te laten in het huis dat ik op woensdag halsoverkop had verlaten.

Mijn dochters en ik maakten op die momenten eenzelfde proces door. We moesten alle drie weer wennen aan het huis. Het huis moest figuurlijk, maar vaak ook letterlijk weer worden opgewarmd. Dat voelde niet juist, maar het voelde ook elk week weer vervelend om hem en zijn huis te verlaten. En hoewel ik me bewust was van deze tegenstrijdige gevoelens en we deze ook bespraken, onderzocht ik ze verder niet. Ik had denk ik ook niet werkelijk door dat het goed zou zijn dit wel te doen.

In mijn verhaal Ervoor gáán, beschreef ik de eerste stappen die ik zette in één van de twee fuiken waarop onze relatie uiteindelijk stuk liep. Dat deze fuik überhaupt bestond, werd me pas aan het einde van onze relatie duidelijk. Hoe ik erin gelopen was, pas maanden daarna. Deze fuik – ofwel de reden waarom onze relatie mis liep – was dat onze levens onvoldoende matchten. Dat we door onze verschillende levensfase en omstandigheden, beiden binnen onze relatie onvoldoende het leven konden leven dat pasten. Het leek steeds van één ons een te grote aanpassing te vragen.

Hoe kwam het dat ik niet zag dat het gewoonweg mogelijk en goed zou zijn geweest dat ik naast ons leven samen ook mijn eigen leven leefde, ook als mijn dochters niet bij mij waren?

Ik zou hier opnieuw het antwoord ‘angst’ kunnen geven. Verlatingsangst om preciezer te zijn. Maar in de loop van het halfjaar na de breuk verdiepte mijn inzicht zich en wist ik op een zeker moment: het was niet eens zozeer de angst.

Het was het ontbreken van moed.

Tussenstand

Ik ontving overweldigend veel lieve, hartverwarmende reacties in de afgelopen weken nadat ik begon met het delen van mijn verhaal over de – bijna 14 jaar jongere – geliefde die tot een half jaar geleden twee jaar in mijn leven was. Deze reacties vormden de aanleiding tot mooie, waardevolle gesprekken over de liefde en wat je daarvan leert. Ik ontving ook een heel andere type reactie, een voorbeeld daarvan is een in mindere mate bezorgde, veel meer nog op sceptische toon geuite: ‘Uhhh Anne, gaat het wel goed met je?’

Mocht ik me vergissen en mocht me de vraag toch merendeels vanuit bezorgdheid zijn gesteld, dan wil ik hier graag delen dat het heel goed met me gaat. Niet alleen nu, in deze fase nu de afronding van het rouw- en verwerkingsproces over het verliezen van de tot nu toe meest betekenisvolle geliefde in mijn leven is voltooid. Van de verhalen die ik hierover schreef en die je al las en die je de komende weken nog kunt lezen, schreef ik de ruwe versie binnen twee dagen in de week voorafgaand aan mijn 40ste verjaardag waarin ik op een camping midden in de natuur en aan een meer verbleef. Telkens wanneer ik nu een verhaal de ether in gooi, schaaf ik het nog wat bij en polijst ik ‘m; ben ik vooral bezig met de leesbaarheid van het verhaal, in veel mindere mate met de inhoud.

Maar ook in de tijd voor de dagen waarin ik deze verhalenreeks schreef, ging het goed met me. Natuurlijk waren er ook veel pijnlijke momenten in de vorm van verdriet, frustratie en soms ook wat boosheid, maar ik heb me nooit wanhopig gevoeld. Er is nooit sprake geweest van uitzichtloosheid, geen licht zien aan het einde van de tunnel. Dat heeft niets te maken met dat ik altijd wist wat ik te doen had en hoe ik me zou ontwikkelen. Ik had soms geen idee hoe ik gevoelens een plek moest geven of hoe ik ooit in een liefdesrelatie zou kunnen hebben waarin ik me zowel verbonden als vrij zou voelen (lees: niet belemmerd door verlatingsangst).

Inmiddels heb ik daarover wel veel ideeën en bovenal vertrouwen in, zonder dat ik denk dat ik de wijsheid in pacht heb. Ik ben er zeker van dat ik in een nieuwe relatie opnieuw heel veel ga leren.

Daar heb ik ook alle vertrouwen in.

Vertrouwen is ook wat ik steeds heb gehad in de processen die ik gedurende een half jaar na de breuk doorliep. Vertrouwen in het niet-weten, in mijn eigen leerbaarheid, mijn veerkracht. Ik wist op ieder moment dat de fase waarin ik verkeerde en het proces dat ik op dat moment doorliep, me enorm veel zou brengen, al wist ik soms niet wat precies of had ik werkelijk geen flauw benul waar ik zou uit komen.

Mijn eerste verhaal over de breuk en de tijd erna publiceerde ik direct nadat ik het schreef. Het gebeurde in een opwelling, maar ik ben heel blij dat ik gehoor gaf aan deze impuls. In de twee dagen erna schreef ik alle andere verhalen. In deze verhalen neem ik je mee in mijn ontwikkeling, in mijn rouw- en leerproces. Maar ook in mijn bewustwording- en helingsproces. Die laatste twee klinken misschien wat mystiek of zweverig, maar het is mij – ook vanuit Onderwijskundige oogpunt – inmiddels heel duidelijk dat zonder daadwerkelijke bewustwording er geen diepgaand leerproces kan plaatsvinden. Daarnaast zijn het haast altijd onverwerkte emoties die je belemmerde om al eerder dat diepgaande leerproces te doorlopen. Het alsnog verwerken van deze emoties – wat ik dan een helingsproces noem – was in ieder geval voor mij nodig om te kunnen leren wat ik te leren had.

Om je mee te kunnen nemen in mijn leerproces – want dat is wat ik tracht te doen met deze verhalenreeks en ook alle verhalen die ik hiervoor al en erna nog met je zal delen – moet ik je context geven. Ik kan je alleen geen objectieve, feitelijke beschrijving geven wat er is gebeurd, hoe de relatie tussen hem en mij is verlopen. Ik kan je schetsen hoe ik deze beleefde, welke momenten voor mij in het kader van mijn leerproces van belang waren en hoe ik deze heb onthouden.

Heel subjectief dus.

Ik weet dat er mensen zijn die mijn verhalen lezen en die hem kennen. Mocht het uit mijn eerdere verhalen onvoldoende helder zijn gebleken: ik heb een onnoemelijk groot respect voor hem. Dat had ik vanaf het moment dat ik hem leerde kennen, dat had ik tijdens onze relatie, in de verwerkingsfase erna en dat heb ik nu nog steeds.

Alles wat je over hem leest in mijn verhalen is gebaseerd op mijn waarneming en ervaring. Ik heb besloten waar ik het accent wilde leggen, dat wat waardevol is en wat de context biedt om mijn leerproces met je te kunnen delen. Ik heb twee jaar lang een hele lieve geliefde aan mijn zijde gehad, met wie ik bovenal en veruit de meeste tijd ontzettend fijne momenten heb beleefd. Daar ben ik hem intens dankbaar voor.

Zo, dit was mijn ‘tussenverhaal’ naar aanleiding van actuele ontwikkelingen. Ik vind het ontzettend gaaf en fijn als ik reacties mag blijven ontvangen, als er mooie gesprekken ontstaan. Ik reageer altijd wanneer je digitaal op mijn verhalen reageert en natuurlijk ook als je me aanspreekt 😉

Ik ga aan de slag met de afwerking van het verhaal dat volgt op ‘Sluiproute’. Morgen tref je dit verhaal hier om mijn site.

Sluiproute

Dat hij me begin april 2019 na een schrijfvakantie in Spanje van het vliegveld ophaalde en daarbij hij aangaf dat hij het vanzelfsprekend vond dat hij dat deed, wekte bij mij de indruk dat we tegen het hebben van een relatie aan schurkte. Ook de hoeveelheid tijd die we samen spendeerden, de intimiteit die er in verschillende opzichten was en bovenal nog de groeiende maar ook al hele diepgaande connectie, droegen bij aan deze indruk.

Zoals ik in mijn vorige verhaal beschreef voelde ik, wist ik dat het voor mij in deze fase nodig was om het contact dat we hadden, een relatie te gaan noemen. Dit erkende ik onvoldoende naar hem. Ik koos voor een sluiproute.

In mei 2019 stelde ik hem voor aan mijn kinderen. Ik wilde graag dat hij ook tijdens de vier nachten dat mijn kinderen bij mij waren, bij mij kon blijven slapen. Het was daarvoor weleens voorgekomen dat ik hem – nadat mijn oudste dochter om zes uur ’s ochtends naar de badkamer was geschuifeld om te gaan plassen – gauw stiekem naar buiten loodste. Dat soort puberale heisa was grappig, maar ik had het er ook snel mee gehad.

Ik wilde meer balans in mijn week. Tot dan toe bestond een gemiddelde week uit drie-en-en-halve dag plus drie nachten van heel regelmatig samenzijn, afgewisseld met vier nachten niet samen slapen en slechts wat vluchtige contactmomenten overdag, veelal op kantoor. Ik hoopte dat doordat hij vertrouwd zou raken met mijn dochters en mijn leven als hun moeder, het contact tussen hem en mij evenwichtiger over de week verdeeld zou raken. Ik stelde hem ook voor aan mijn ouders en daarna langzaamaan aan steeds meer mensen die ik beschouwde als mijn ‘inner circle’. Andersom kreeg ik nog nauwelijks toegang tot zijn inner circle.

Vroeg op een avond begin juli smeten we een tweepersoons pop up tentje op de kampeerplaats die een boer ons op zijn camping toewees. We trokken haastig feestkleding aan en spoedden ons naar de locatie waar het bruiloftsfeest van een neef van mij plaatsvond.

Lopend. Zo’n twee kilometer.

Op de route erheen concludeerden we dat we inmiddels toch wel echt in een relatie verkeerden en dat we dat eigenlijk ook al een tijdje deden. We werden het alleen niet eens over de ‘startdatum’. Hij gaf aan dat hij vanaf zijn verjaardag – eind mei – had ervaren dat hij zich vanaf toen dermate met mij verbonden voelde, dat hij ons samenzijn ervoer als een relatie. Voor mij voelde nog altijd de tweede helft van april als de periode waarin onze relatie begon. Onze verschillende kijk leidde geenszins tot onenigheid. We stelden gewoonweg vast dat we daar anders tegenaan keken. Lekker zat het me echter niet.

We arriveerden op de feestlocatie en konden op het nippertje via een zijdeur aansluiten bij de menigte die al een ‘lang zullen ze leven’ had ingezet. Direct daarna bestelden we bier aan de bar. Het was een warme, zwoele avond en door het gehaast en de gehaaste wandeling hadden we het nog warmer.

Die avond dronken we (weer eens) te veel, dansten uitbundig, onderbraken het feest kortstondig bezoek aan een nabij- maar voldoende verafgelegen schuur en sneakten ongemerkt (denk ik, hoop ik) weer terug in het feestgedruis.

In de maanden die volgden verliep het integratieproces langzaam. Ik ervoer dat hij daarin op de rem stond. Wat ik snapte. Ik begreep heel goed dat je als 24-jarige terughoudend bent in het meenemen van je 37-jarige vriendin met twee kinderen naar de vriendengroep die je nog kent van de middelbare school. En nu was het niet per se mijn wens om een avond met hen door te brengen, maar ik wilde wel graag zijn leven leren kennen om me zodoende steeds meer met hem te verbinden.

En hoewel ik nu vrij uitgebreid dit facet van ons samenzijn verhaal, had dit destijds nauwelijks mijn aandacht. Ik had mijn aandacht heel ergens anders liggen.

Mijn aandacht lag bij hem.

Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder in mijn leven zó compleet verliefd was. Dat ik iemand zowel gewoonweg een heel leuk en fijn persoon vond én razendknap én dat ik me ook enorm fijn voelde bij degene. We hadden het – evenals op het trouwfeest van mijn neef – nagenoeg altijd gezellig samen. We lachten veel en voelden ons op ons gemak bij elkaar.

We zagen elkaar zo vaak als mogelijk. Beleefden lange avonden samen. In juni hadden we voor het eerst wild gekampeerd. Toen in België, net over de grens bij Zuid-Limburg. Later in de zomer deden we dat nog eens, nu via een kanotocht op een verlaten eilandje in de Biesbos. In september trokken we samen ruim een week door Frankrijk, barbecueden op het strand aan de Middellandse zee. We dronken veel whisky en wijn, aten waar we zin in hadden en wanneer we dat hadden, filosofeerden over het leven en luisterden muziek. Terwijl ik dit schrijf luister ik opnieuw Fakear, één van een eindeloze rij artiesten waarmee hij me liet kennismaken.

De consequenties van het niet erkennen van de grens die ik in de tweede helft van april zo duidelijk voelde, kon ik toen geenszins overzien. De gevolgen waren er wel degelijk. Ik sloeg onbewust een zijweg af, die me steeds verder bij een relatie, een samenlevingsvorm die bij me paste vandaan bracht. Ik zag dit niet, maar het voelde niet goed en ik probeerde via een sluiproute weer terug op de hoofdweg te komen. De sluiproute die inhield dat ik hem ertoe probeerde te bewegen om sneller te integreren dan hij wilde of kon. Onbewust maar wel heel graag wilde ik naar de hoofdweg waarop ik zowel verbonden als mezelf kon zijn.

Met de kennis van nu zou ik toen veel meer rust en geduld hebben gehad met onze relatie. Zou ik onze relatie zich veel meer hebben laten ontvouwen, waarbij ik wel steeds keuzes voor mezelf zou hebben gemaakt die mij als individu recht deden. Dit zou dus hebben betekend dat ik ons samenzijn eerder zou hebben teruggebracht op een niveau van verbinding die klopte met hoe onze relatie zich ook in mijn en zijn omgeving ontwikkelde. Of langer op een zeker niveau hebben gehouden.

Het voelde toen niet als een optie om hiervoor te kiezen. Het is heel goed mogelijk dat ik niet eens notie had van deze optie.

Niet alleen de verliefdheid dwong me tot haast, maar ook een moeilijk te duiden drang tot ‘inhalen’ die ook hij ervoer, maakten dat we er beiden op gericht waren om onze levens als individuen zo snel mogelijk te integreren. Mijn leven bestond daardoor gevoelsmatig uit twee levens: één als moeder en één als vriendin. Daarnaast was er in mijn beleving ook nog verdeeldheid in zijn leven die bij mij voor verwarring zorgde: hij leefde vrij nabij met mij, maar zijn omgeving kende mij niet of nauwelijks.

En dan vond er ook nog een proces plaats dat alles nóg meer verwarrend maakte voor me. Tegelijkertijd dat ik heel langzaam en lang ongemerkt, steeds verder verwijderd raakte van een (samen)leven dat bij mij paste, kwam ik door het innige contact met hem juist ook dichterbij mezelf. Dat deel ik graag met in mijn volgende verhaal.

Tot gauw!